De Bakker en de Brodendansers
~ wat doen broden in de nacht? ~
Op de hoek van Nora's straat stond een hele oude bakkerij. De bakker, meneer Brood (echt waar, dat was zijn naam), bakte de lekkerste broden van de hele stad. Maar er was iets vreemds aan zijn winkel. Elke ochtend, als hij de deur opende, lag er meel in een rondje op de vloer, alsof er gedanst was.
Niemand wist hoe het kwam.
Nora vond dat verdacht. Op een dag, toen ze met haar mama brood kocht, vroeg ze: "Meneer Brood, gaat u nooit kijken 's nachts?"
Meneer Brood schudde zijn hoofd. "Ach, ik ben veel te moe na het bakken. Ik ga vroeg slapen."
"Mag ik kijken?"
Hij knipoogde. "Als je mama het goed vindt."
Mama vond het, na lang nadenken, goed. Nora mocht één nachtje bij meneer Brood logeren, op een matrasje in een kamertje achter de winkel.
Die avond ging meneer Brood vroeg naar bed. Nora wachtte in het donker, met haar ogen wijd open.
Om twaalf uur 's nachts hoorde ze geluid uit de winkel. Geluid van... muziek?
Ze sloop voorzichtig naar de winkel. Daar zag ze iets ongelooflijks.
De broden dansten.
Echt waar. Op de toonbank, op de planken, op de vloer, dansten de broden. De grote tarwebroden walsten. De broodjes hupten. De stokbroden maakten een soort polonaise. En de croissants deden ballet.
De muziek kwam uit een klein draaiorgeltje dat vanzelf draaide.
Nora hield haar adem in. Ze probeerde zachtjes te blijven, maar ze stootte tegen een mand.
Alle broden bleven stil. Zo stil.
"Wie is daar?" piepte een klein broodje.
"Ik," zei Nora. Ze stapte tevoorschijn. "Ik ben Nora."
De broden keken naar haar. Toen, na een moment, ontspanden ze zich.
"Ze is geen klant. Het is een nieuwsgierig kind," zei een grote tarwebrood die er als de leider uitzag.
"Vertel niet door," zei hij tegen Nora. "Wij broden mogen alleen 's nachts dansen. Het is ons enige plezier."
"Maar overdag worden jullie toch opgegeten?" vroeg Nora.
"Klopt," zei de tarwebrood. "Maar voor we worden opgegeten, mogen we één nacht plezier maken. Dat is de regel."
"Een mooie regel," zei Nora.
"Wil je meedoen?" vroeg een croissant beleefd.
En zo danste Nora met de broden. Tot diep in de nacht. Ze maakte een polonaise met de stokbroden, ze waltste met de tarwebroden, en ze leerde ballet van de croissants.
Tegen vier uur in de ochtend werden de broden moe. "Tijd om te slapen," zei de tarwebrood. "Meneer Brood komt om vijf uur. Goed dat we de meelvloer schoonvegen."
De broden veegden met hun kruimels het meel weg. Hoewel niet allemaal, zoals Nora later besefte: er bleef altijd een beetje liggen, en daarom zag meneer Brood elke ochtend zijn meelrondje.
Nora kroop terug in haar matrasje. Toen meneer Brood haar de volgende ochtend wekte, zei ze niets. Niets over wat ze had gezien. Want sommige geheimen zijn het mooist als ze geheim blijven.
Maar elke keer dat ze nu een brood koopt, knipoogt ze. En heel soms — als ze goed luistert — hoort ze het brood zachtjes terugknipogen.
~ Einde ~