De Glimworm en de Lantaarn
~ samen schijnen we mooier ~
In de tuin van Nora's grootouders, helemaal achteraan bij de heg, stond een oude lantaarnpaal. Hij was van smeedijzer, en zijn lampje brandde elke avond automatisch zodra het donker werd. Maar in de zomer woonde er ook een glimworm op de paal. Hij heette Lampje, en hij was klein, maar trots.
Lampje en de lantaarn waren beste vrienden. Elke avond, als het donker werd, schenen ze samen. De lantaarn fel en helder, Lampje zacht en groen.
Maar op een avond ging de lantaarn niet aan. Hij hapaperde een keer, en bleef toen donker.
"Mijn lampje is op," zei de lantaarn verdrietig. "Ze moeten een nieuwe bol komen plaatsen."
Lampje keek bezorgd. "Wat gebeurt er met jou?"
"Misschien halen ze me wel weg," zei de lantaarn. "Ze gooien dan zo'n oude paal vaak weg. Dan zetten ze een nieuwe neer."
Lampje schrok. "Maar dan moet ik op een nieuwe paal wonen!"
"Dat is het leven," zuchtte de lantaarn.
Lampje dacht heel diep na. Hij was klein. Hij kon niet zo fel schijnen als een lantaarn. Maar hij was wel licht. En licht is licht.
Die avond schoof Lampje naar het topje van de lantaarn en deed zijn gloei zo fel als hij maar kon. Het was niet zo fel als de lantaarn vroeger, maar het was wel iets.
En de hele tuin lichtte zachtjes op, met dat ene kleine groene lichtje.
Nora was die avond bij haar grootouders. Ze keek uit het raam en zag het lichtje. "Wat is dat?" vroeg ze.
Haar opa kwam kijken. "Dat is een glimworm. Een grote eentje. Hij zit boven op die oude lantaarn."
"De lantaarn doet het niet meer," merkte oma op.
"Hm," zei opa. "Misschien moeten we hem repareren. Het is een mooie oude paal. En kijk: de glimworm heeft hem zo mooi opgesierd."
De volgende dag kocht opa een nieuwe lamp voor de lantaarn. Hij draaide hem erin, en die avond brandde de lantaarn weer.
Maar nu deed Lampje nog steeds mee. Hij zat boven op de paal en gloeide zachtjes, terwijl de lantaarn fel scheen. Twee lichtjes, naast elkaar.
"Bedankt dat je me hebt gered," zei de lantaarn.
"Wat?" zei Lampje verbaasd. "Hoezo?"
"De mensen zouden me hebben weggegooid als jij niet was opgevallen. Door jouw lichtje zagen ze me weer, en dachten ze dat ik mooi was."
Lampje gloeide trots. "Wij zijn een team," zei hij.
En zo bleef het. De oude lantaarn en de kleine glimworm, samen schijnend in de tuin. Een groot licht en een klein licht. Allebei nodig, allebei mooi.
~ Einde ~