✨ Nora's Wereld

De Sneeuwprinses van de Heuvel

~ koud van buiten, warm van binnen ~

In de allereerste sneeuwnacht van het jaar werd op de heuvel achter Nora's huis een Sneeuwprinses geboren. Niemand had haar gemaakt. Ze was er gewoon ineens, glanzend in het maanlicht, met haren van ijspegels en ogen zo blauw als een wintermeer.

Nora zag haar de volgende ochtend toen ze met de slee naar de heuvel ging. De Sneeuwprinses zat alleen, kijkend naar de horizon.

"Hoi," zei Nora.

De Sneeuwprinses keek geschrokken op. "Ren niet weg," zei ze met een stem als rinkelende ijskristallen. "Iedereen rent altijd weg."

"Ik ren niet weg," zei Nora.

De Sneeuwprinses staarde haar aan. "Waarom niet?"

"Omdat je verdrietig kijkt."

De Sneeuwprinses begon te huilen. Haar tranen waren kleine kristallen die in de sneeuw vielen en daar bleven liggen, glinsterend.

"Ik ben gemaakt om alleen te zijn," snikte ze. "Iedereen die me aanraakt krijgt het koud. Niemand wil bij me in de buurt zijn."

Nora dacht na. "Misschien wil iedereen wel," zei ze. "Misschien weten ze gewoon niet hoe."

Ze trok haar wanten uit en pakte voorzichtig de hand van de Sneeuwprinses. Het was ijskoud. Maar Nora hield vol.

"Brrr," zei ze. "Maar het is niet erg. Ik trek mijn wanten weer aan als het te koud wordt."

De Sneeuwprinses keek haar met grote, verbaasde ogen aan. Niemand had ooit haar hand vastgehouden.

Nora ging met haar mee. Ze maakten samen een grote sneeuwpop. Ze gleden samen de heuvel af op de slee (Nora moest zich goed vasthouden, want de Sneeuwprinses ging supersnel!). Ze maakten sneeuwengelen.

Tegen de middag had Nora rode wangen en de Sneeuwprinses... glimlachte. Voor het eerst in haar leven glimlachte ze.

"Hoe heet je eigenlijk?" vroeg Nora.

"Ik heb geen naam," zei de Sneeuwprinses.

"Dan noem ik je Vlokje," zei Nora.

Vlokje knikte. Ze had nu een naam.

Maar Nora wist dat de sneeuw niet voor altijd zou duren. "Wat gebeurt er als de sneeuw smelt?" vroeg ze.

Vlokje keek verdrietig. "Dan ga ik weg, totdat het weer winter wordt."

Nora knikte langzaam. "Maar dan zien we elkaar elke winter weer. Beloofd?"

"Beloofd."

Toen de eerste warme dag kwam en de sneeuw begon te smelten, kwam Vlokje afscheid nemen. Ze gaf Nora een kristal-traan, een mooie die in de zon glansde als een diamant.

"Bewaar deze," zei ze. "Zolang je hem hebt, zal ik je niet vergeten."

Toen smolt ze langzaam weg, met een laatste glimlach.

Nora bewaart de kristal-traan in een doosje in haar laatje. En elk jaar, met de eerste sneeuw, rent ze naar de heuvel. En elk jaar zit Vlokje daar, op haar te wachten.

~ Einde ~

← Vorige Volgende →