✨ Nora's Wereld

De Schoolreis naar de Wolken

~ wat als de bus omhoog ging? ~

Op een ochtend stapte Nora de schoolbus in. Ze ging op haar gewone plekje naast Anouk. Juf Marja telde de kinderen en zei: "Vandaag gaan we naar het museum."

Maar deze keer was er iets vreemd met de bus. Hij maakte een grappig zoemend geluid, en in plaats van rechtuit te rijden, leek hij langzaam omhoog te gaan.

"Juf?" riep Tijmen. "De bus vliegt!"

Iedereen drong naar de ramen. De gebouwen werden kleiner. De straten leken op linten. En al snel waren ze tussen de wolken.

De juf keek de buschauffeur aan. De buschauffeur was een vrouw die Nora nog nooit had gezien. Ze had een blauwe pet op en lachte. "Verandering van plan," zei ze. "Vandaag gaan we naar de Wolkenstad."

De Wolkenstad?

De bus landde op een groot wit plein. Overal liepen kindjes en grote mensen, allemaal in zachte witte kleren, op zachte witte schoenen. De gebouwen waren gemaakt van wolken, met deuren en ramen van regenbogen.

"Volg me," zei de buschauffeur. Ze leidde de klas door de straten. Ze passeerden een wolkenbakkerij, waar broodjes gebakken werden van damp en zonneschijn. Ze passeerden een wolkenpark, waar kindjes op trampolines van mist sprongen.

Bij een groot wit gebouw bleven ze staan. "Dit is de Wolkenfabriek," zei de chauffeur. "Hier worden wolken gemaakt. Willen jullie kijken hoe?"

Iedereen knikte heftig. Binnen zagen ze grote pannen waarin water werd verwarmd. De damp steeg op, en in de bovenste kamer werd de damp gevangen, gevormd en gevuld met regen.

"Elke wolk heeft een ander karakter," legde een wolkenmaker uit. "Sommige zijn vrolijk en willen alleen zonneschijn doorlaten. Andere zijn boos en moeten huilen. En sommige zijn dromerig en glijden gewoon rond, zonder doel."

De kinderen mochten elk een eigen klein wolkje maken. Nora vormde een wolkje in de vorm van een hartje. "Dit is voor mijn mama," zei ze. "Ze hoeft niet groot te zijn, alleen lief."

De wolkenmaker glimlachte. "Je wolkje zal vandaag thuis bij jou aankomen," zei hij. "Kijk maar uit het raam vanavond."

Tegen de middag stapte de klas weer in de bus. De bus daalde langzaam neer, en landde precies voor de school.

De juf zei: "Vandaag schrijven we geen verhaaltje over een museum. Vandaag schrijven we een verhaaltje over wolken."

En die avond keek Nora uit haar raam. En ja hoor: tussen de gewone wolken zweefde een klein wit hartje. Het kwam vlak voor het slapengaan langs, en gaf haar mama een zachte regendruppel als kus.

~ Einde ~

← Vorige Volgende →