✨ Nora's Wereld

Het Geheim van de Maan

~ wat doet de maan overdag? ~

Op een avond keek Nora uit haar slaapkamerraam. De maan stond groot en geel boven de daken, alsof hij stiekem naar haar lachte.

"Maan," fluisterde ze, "waar ben je eigenlijk overdag? Waarom zie ik je dan nooit goed?"

En tot haar grote verbazing antwoordde de maan met een zachte, slaperige stem: "Wil je dat echt weten, Nora?"

Nora knikte zo hard dat haar paardenstaart wapperde.

"Stap dan op het maanstraaltje voor je raam," zei de maan. "Het is heel sterk, hoor."

Voorzichtig zette Nora een voet op de zilveren straal die door haar raam scheen. Hij was warm en zacht, alsof ze op een wolk stond. Stapje voor stapje liep ze omhoog, helemaal tot bij de maan.

Daar zag ze iets dat ze nooit had verwacht. Op de maan was een klein huisje, met een tuintje vol kleine zilveren bloemen. Er hingen waslijntjes met kleine wolkenwasjes, en in een vijvertje zwommen sterren als visjes.

De maan zelf bleek een vriendelijke oude meneer te zijn met een lange witte baard. "Welkom, Nora," zei hij. "Overdag woon ik hier. Ik harken de sterren bij elkaar, ik geef de wolken hun ontbijt, en ik schrijf brieven aan de zon om te vragen hoe het met haar gaat."

"Schrijft u brieven aan de zon?" vroeg Nora.

"Natuurlijk! We zien elkaar nooit, weet je. Zij werkt overdag, ik 's nachts. Maar we zijn de beste vrienden. Ze schrijft mij elke ochtend over wat ze gezien heeft, en ik schrijf haar elke avond over de dromen van de mensen."

Nora keek rond in het tuintje. Ze plukte voorzichtig een zilveren bloem. "Mag ik er één meenemen?" vroeg ze.

"Natuurlijk," zei de maan. "Maar pas wel goed op haar. Maanbloemen bloeien alleen 's nachts. Overdag slapen ze, net als ik."

Toen het tijd was om naar huis te gaan, gaf de maan haar nog een tip. "Als je me overdag wilt zien, kijk dan eens vroeg in de ochtend naar boven, voordat de zon helemaal op is. Soms ben ik nog een beetje wakker. Ik zwaai dan stiekem naar de kinderen die opletten."

Nora gleed weer terug langs het maanstraaltje, sprong door haar raam, en kroop in haar bed. De zilveren bloem stond in een waterglas op haar nachtkastje en straalde zachtjes.

De volgende ochtend, vlak na het opstaan, keek ze door het raam naar boven. En ja hoor: daar hing de maan, blek en bijna doorzichtig, met één klein lachje.

Nora zwaaide terug. Vanaf die dag wist zij als enige op de wereld waar de maan overdag woont.

~ Einde ~

← Vorige Volgende →